Vervoer van kinderen in de auto

KORTE OMSCHRIJVING

Kinderen (jonger dan 18 jaar) en kleiner dan 1,35m moeten in een voor hen geschikt beveiligingssysteem worden vervoerd in de wagen. Kinderen van 1,35m of groter, moeten in een voor hen geschikt beveiligingssysteem vervoerd worden, of de veiligheidsgordel dragen. Concreet komt het er op neer kleine kinderen in een kinderzitje en grotere kinderen op een verhogingskussen te zetten.

RELEVANTIE

Ben je op kamp en een auto mee. Denk er dan om wanneer je (kleine) gasten meeneemt, bijvoorbeeld voor een bezoekje aan de dokter, dat je met een aantal zaken rekening moet houden.

STAPPENPLAN

Algemeen gelden voor het vervoer van kinderen de volgende regels:Op de zitplaatsen in een auto (voorin en achterin) met autogordels geldt:

  • Voor kinderen kleiner dan 1,35 meteris een kinderbeveiligingssysteem verplicht. Hierin zijn nog verschillende categorieën te onderscheiden, afhankelijk van lengtegewicht en leeftijd van het kind:
    • Babyzitjes voor baby;s van 0 tot 1 jaarof tot ongeveer 13 kilogram. Deze zitjes moeten altijd tegen de rijrichting in geplaatst worden en mogen wettelijk gezien niet tegen de rijrichting geplaatst op de passagierszetel gezet worden, waneer daar een airbag aanwezig is;
    • Kinderzitjes voor kinderen van 1 tot 4 jaarof tot ongeveer 18 kilogram. Deze zitjes hebben 5 riempjes en worden geplaatst met de rijrichting mee (zo mogen ze dus wel voorin op de passagiersstoel geplaatst worden);
    • Verhogingskussens voor kinderen tussen ongeveer 15 kilogramen 36 kilogram of tot 1,35 meter;
  • Voor kinderen vanaf 1,35 meter geldt dat ze of in een kinderbeveiligingssysteemmoeten zitten of de autogordelmoeten gebruiken.

Op de zitplaatsen in een auto (voorin en achterin) zonder autogordels geldt:

  • Kinderen onder de 3 jaarmogen in deze voertuigen niet worden vervoerd
  • Kinderen van 3 jaar en ouder en kleiner dan 1,35 meter moeten achterin
  • Kinderen groter dan 1,35 meter mogen overal– behalve op de bestuurdersplaats – zitten

Deze algemene regel is niet van toepassing op: taxi’s, voertuigen met meer dan 8 zitplaatsen, de bestuurder niet meegerekend en autobussen en en autocars

In deze voertuigen moeten alle passagiers de veiligheidsgordel dragen op de plaatsen die ermee zijn uitgerust.
In taxi’s (waar geen kinderbeveiligingssysteem aanwezig is) moeten kinderen kleiner dan 1,35m achterin worden vervoerd.

Er bestaan ook uitzonderingen op de algemene regel, in personenauto’s en lichte vrachtauto’s:

Wanneer het niet mogelijk is om achterin een derde kinderbeveiligingssysteem te installeren, omdat er al twee andere in gebruik zijn:

  • Een 3e kind van 3 jaar of ouder (en kleiner dan 1,35m) mag achterin worden vervoerd, zonder kinderbeveiligingssysteem, indien het de veiligheidsgordel draagt. Indien het kind voorin zit, moet het in een kinderbeveiligingssysteem worden vastgemaakt.
  • Een 3e kind onder de 3 jaar moet verplicht voorin in een kinderbeveiligingssysteem worden vastgemaakt.

Je mag zoveel kinderen vervoeren als er zitplaatsen zijn in de auto. In een normale wagen zijn dat er dus 3 (de bestuurderszetel niet meegerekend).

Kinderen mogen ook altijd (op elke leeftijd) voorin de auto zitten. Voorwaarde is wel dat ze vervoerd worden zoals de wet (voorschriften hierboven) voorschrijft.

Wanneer er kinderen incidenteel worden vervoerd over een korte afstand, maar niet door hun eigen ouders en er zijn geen of niet voldoende kinderbeveiligingssystemen aanwezig, dan geldt:

Kinderen van 3 jaar en ouder mogen zonder kinderbeveiligingssysteem achterin de wagen vervoerd worden. Ze moeten dan wel de autogordel dragen.

Let op: deze regel geldt dus niet voor de ouders als zij hun eigen kinderen vervoeren.

TIPS

De beste plaats om kinderen te vervoeren is achterin de auto.

Als het niet anders kan, dan schuif je het best de passagierszetel voorin zoveel mogelijk naar achteren, om het kind zo ver mogelijk van de airbag te laten zitten.

WET

Op 25 augustus 2006 verscheen koninklijk besluit van 22 augustus 2006 tot wijziging van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg. Dit koninklijk besluit regelt het vervoer van kinderen in voertuigen en wijzigt de reglementering inzake de gordeldracht.